Goed idee

Wie van hen twee met het idee was gekomen, wisten ze niet meer.
‘Het was een beetje van ons allebei,’ zei de een. ‘Wij hebben het ook weer ergens anders vandaan. Het kwam zo uit de lucht vallen. We raapten het alleen maar op.’
‘Ja,’ vulde de ander aan. ‘En we vonden het idee zo leuk bij onze bank passen dat we het niet hebben weggegooid. Zonde toch, dat iemand zo’n bijzonder idee weggooit? Het was pas nieuw. Het labeltje zat er zelfs nog aan.’

Uithuisplaatsing

Mijn moeder wilde graag een reus in huis. Dat leek haar wel gezellig. Het zou namelijk, was haar idee, een stuk lastiger zijn je alleen te voelen als elke hoek, elke lege plek, werd bezet door een arm of een been.
‘En hoe moeten wij dan rondlopen?’ zei mijn vader en hij gooide zijn armen in de lucht. Hij was van nature nogal dramatisch aangelegd. ‘Ik had acteur moeten worden,’ zei hij altijd als het even tegen zat. Misschien genoot hij er ook wel een beetje van, als het tegen zat. Dan kon hij zich helemaal uitleven. Zuchtend liet hij zich nu in een stoel zakken en hij wapperde zijn rode hoofd koelte toe met zijn hand. ‘Hoe moeten wij dan rondlopen?’ herhaalde hij, nu overschakelend op een gekwetste, maar vrolijke toon. Mijn vader kon dat soort dingen, gekwetst en vrolijk tegelijk zijn. En dat was eigenlijk ook maar gespeeld. Wat hij echt dacht en voelde, hield hij goed verborgen. ‘Een reus,’ kreunde hij. ‘Een reus,’ schaterde hij. Hij schudde zijn hoofd alsof er iets op zat wat hij kwijt wilde en ging toen op kalme toon verder. ‘Maar dan moet die jongen op kamers, want anders past het echt niet meer.’

Bijzonder

Aan de rand van nergens woont de man met duizend namen. De meeste bijzondere mensen moeten het hebben van één bijzonderheid. Hij heeft er twee. Hij heeft me aan het tafeltje gezet bij het raam aan de nergenskant. Uit een porseleinen koe schenkt hij thee.
´Ik had alleen zwarte,´ verontschuldigt hij zich.
´Het geeft niet.´
Hij zet de koe op de vensterbank en drapeert er een handdoek overheen.
´Weet je,´ hij pakt zijn kopje van tafel en nipt er staand aan, ´het is heel gek voor iemand als ik om op een plek als deze te wonen.´ Hij gebaart met zijn hoofd naar het raam, maar kijkt er niet doorheen. Hij kijkt naar mij. Achter het vuile glas zijn geen herkenbare vormen, geen aanknopingspunten. Het doet pijn ernaar te kijken, dus ik kijk weer naar hem.
´Een plek zonder naam?’
Hij knikt langzaam.
‘Ik heb vanmorgen weer een nieuwe naam gekregen.’ Hij laat de thee in zijn kopje ronddraaien. ‘Nu zijn het er 634. Dat van die duizend is vreselijk overdreven.’

Natuurlijk niet

De clown legt ons uit wat er te huilen valt. Er wordt zelfs een begrafenisondernemer opgetrommeld, maar niemand wil dood.
‘Dat is treurig,’ zegt de clown en hij haalt zijn neus op. ‘Dramatisch moet ik zeggen.’ Zijn ogen flitsen naar de ingang alsof hij verwacht dat de kudde kamelen opnieuw zal binnenstormen en hem zal besproeien met melk. ‘Ik ben allergisch voor kamelenmelk,’ zegt hij zacht en hij trekt zijn handschoen uit. Er zit uitslag op zijn knokkels. ‘Wil echt niemand dood?’ Hij kijkt hoopvol de groep rond, maar we schudden onze hoofden. ‘Het kan een hele leuke dood worden?’ oppert hij. ‘Met taart toe?’ Stilte. Hij laat zijn hoofd hangen en strekt en kromt zijn vingers. ‘Natuurlijk niet.’ Hij kromt zijn vingers tot een vuist. ‘Natuurlijk niet.’

Soep

In het land van woorden kan je een stukje vis kopen. Je hoeft niet het hele woord mee te nemen. Je laat bijvoorbeeld de V liggen en neemt de IS mee terug naar huis. Zo kan je zomaar een hele zin bij elkaar kopen.

Traditioneel serveren geliefden elkaar dan ook soep getrokken van (s)ik, hou(t), van(gnet) en een (s)jou(wer). Die sjouwer is nogal wreed, maar als je geliefde de rest van de zin zelf zou moeten aanvullen, zou je hele verkeerde interpretaties kunnen krijgen.

Ik hou van soep.
Ik hou van ik weet eigenlijk niet zo goed wat.
Ik hou van niets.
Ik hou van misschien wel iets.
Ik hou van hé waar ga je heen?

En dat wil natuurlijk niemand.

Maanliedje

ooit stond daar in de lucht heel groot de maan
het was gewoon naar boven toe te gaan
een grote sprong en dan was je er zo
hallo maanvolk hallo hallo

maar nu drijft hij steeds maar verder
geen grote ladder kan dat nog aan
maar ik geloof wat ze ook zeggen
ik geloof dat ik kan vliegen naar de maan
ik geloof wat ze ook zeggen
ik geloof dat ik kan vliegen naar de maan

Herschepping

ik probeer de scherven te passen
was je kin hoekig of rond?
welke vorm had je neus?

je bent in een onvoorzichtig moment
van een klif gevallen
en uit elkaar gespat

nu buig ik me over je lichaam
zo dichtbij dat ik je zwakke adem
langs mijn wang voel strijken

ik schik de stukken op kleur
jij zegt dat je vergeten bent
hoe je eruitzag voor je viel

je kunt opnieuw beginnen, zeg ik
ik geef je blauwe ogen, armen vol donzig haar
uit klei boetseer ik een nieuwe jij

de zon komt op van achter de berg
we kijken naar de oude jou voor onze voeten
die in het ochtendlicht het leven laat

ik veeg een lok uit je gezicht
je nog eeltloze hand zoekt de mijne
en ik knijp er zachtjes in

wieltje

er zit een wieltje in mijn hoofd
hij heeft zevenendertig tandjes die allemaal
klik in mijn zenuwdraden klikken
die allemaal klik in de –

er word iets geslagen hiernaast
de muur wordt geslagen met een hoofd
soms wil ik die muur zijn
soms dat hoofd

Publiek

hoe reageren de mensen?
zij maken van je binnendeur een buitendeur
zij drukken een krant van je dagboek
en zetten hem neer als onheilstijding
gratis – neem mee – leer de waarheid op tijd

hoe reageer jij?
jij trekt de deur dicht
maar nu er geen muren meer zijn
kan iedereen je zien zitten
in je ondergoed met gaten
dat je nooit hebt vervangen
omdat niemand het ziet
dacht je

hoe reageren de mensen?
zij maken van google hun goeroe
en lezen dat Darwin het goed vond
tenminste de geschriften van mensen
die ook wat vinden over
gratis – neem mee – leer de waarheid op tijd
vinden het goed
een vinger in het gat bij je heup te haken
en rode striemen te trekken
tot het knapt

hoe reageer jij?
jij trekt je benen op
maar nu je huid je kleren zijn geworden
geeft het de camera’s
42x optische zoom
de gelegenheid
te registreren
de
haartjes
op
je
benen
die
worden
platgedrukt
door
je
plas
en
daarna
het
kippenvel
als
de
collectieve
pepermuntadem
blaast
over
je
vochtige
enkels