Oma

Ik droomde dat ik woonde in jouw huis.
Of niet jouw huis maar met dezelfde kamers.

Stoelen met gaten voor je vingers.
Een beer die altijd slaapt.
Vogels op het glas.

Ik zat aan tafel
op die plek die van iedereen is,
tegenover waar jij hoort te zitten,
en ik at:
aardappels,
varkenshaas,
boontjes.

Alleen jij was er niet.
Soms was er wel een geur
of een zacht geneurie in de keuken.