Om je ogen bij op te vreten

A: Mevrouw, madam, lady, ik schenk voor u de mooiste wijn. Zo rood en schuimend als nergens. Kom toch zitten. Ik heb kussens, ja pillows, cushions, terraswarming. Pretty please, mercy en bedankt. U kunt hier ook Spaans leren ja. Kijk maar. Ei, Oeuf, alles. Het staat op de kaart. Hier eten alleen de locals. Ja echt. Speciale prijs. Twintig euro en vissen die zo van uw platte weg zwemmen, zo vers en zout. En die wijn mevrouw, goed genoeg voor onze lieve heer zaliger. Kom toch zitten. Ik zal een liedje voor u zingen. Een lied als de sterren van uw ogen. Ga zitten. Ik breng pinda’s, olijven, broccoli, alles wat u wilt, lady. En een serenade. Vijftien euro. Mooiste olijven, groen en zwart als uw groenzwarte ogen. U maakt mij een dichter, mevrouw. Kom toch binnen. Tien euro. Lekker eten. Belle cuisine om je ogen bij op te vreten. Delicieux! Vijf euro dan. En water voor u, helemaal gratis. Madam, mevrouw, u maakt me gek. Ik maakt me arm. U maakt me failliet. Dit is het beste wat ik kan krijgen. Het beste wat er is. Madam, het vlees, het bloed voor u. Als mijn hart. Pretty please.

De vrouw loopt door.

Madam, madam!

Ze is buiten gehoorafstand.

Bitch.

Wolkentorens

ergens raast iemand van B naar C
waar hij wolkentorens op moet trekken

stel je voor een wereld
stel je voor de wereld
stel je voor de hei

een hazelworm glipt onder een stapel takken
een hagedis ademt met zijn groene buik
tegen het hete zand
licht
valt zwaar op de armen van de berk
in het ven kraakt een kikker
nog een kikker
nog een kikker

wolkentorens
waaien
ver
voorbij

Pepermuntje

A: Wil je een pepermuntje?
B: Waarom vraag je dat?
A: Omdat ik je een pepermuntje gun?
B: Nee, dat is niet waarom.
A: Waarom vraag je dan waarom ik dat vraag, als je het antwoord al weet?
B: Ik had dus gelijk. Er is een reden.
A: Wil je nou een pepermuntje of niet?
B: Waar zit je naar te vissen?
A: Nergens naar. Jezus.
B: Waarom dan ineens zo agressief? Als je nergens naar zit te vissen? Als het echt om dat stomme pepermuntje van je gaat?
A: Weet je wat? Je krijgt geen pepermuntje van me. Ik eet ze allemaal zelf op.
B: Zie je wel.

Iemand bier?

A, B en C zitten naast hun bestelbusje op de bosgrond. Avond. Ze zitten tussen de resten van een snelle maaltijd: plastic kant en klaar. Wegwerpbordjes. Een toren van blikjes bier staat nog ongeopend naast hen. B speurt met een verrekijker de bomen af.

A: Dus vertel van je tentoonstelling.
B: Het doet het goed. Loopt goed. Niemand koopt wat.
A: Mag C het zelf vertellen?
C: Nee, nee, dankje, doe geen moeite. Ik zag net een kraai geloof ik.
B: Waar?
C: Of een raaf misschien.
B: Een kauw?
A: Hou je van vogels?
B: Grappig dat je erover begint.
A: Ik bedoelde eigenlijk C.
C: Ik wil het wel horen denk ik.
A: Ja, ik ook. Dat bedoelde ik ook niet.
C: Daar. Daar in die eik. Dacht ik.
B: Een kauw.
A: O, dat zei C al. Knap hoor, C, dat je dat ziet.
C: Dat zei B.

Beat.


A: Ik ga een stukje lopen even.
C: Tot zo.
A: Ga je niet mee?
C: Ik zit wel lekker.
A: Volgens mij is daar ergens een vennetje.
B: Hij zit wel lekker.
A: Ja, ik eigenlijk ook wel. Als je het zo stelt.
B: Natuurlijk.
C: Iemand bier?

Drones

we zijn de hemel kwijt
iemand speldt de zoom van de lucht
en rijgt de horizon terug aan de aarde
met grove steken

dit is een land waar geen wolken zijn
de wolken zijn zoemende drones
de regen is

modderpoelen wat er van de huizen overblijft
met niemand om erin te stampen
1 2 3 over de zondebrokken
drogend in de volle zon
volle zon in lege lucht
in lege lucht een spiegeling
van uit elkaar gereten aarde

ongrijpbaar
             een fata morgana
glinstert
             een speld tussen gebroken steen

Het etablissement van het establishment

het stond er al
we hebben alleen maar alle fauteuils bij elkaar geschoven en
zijn toen gaan zitten

we hebben misschien wel een opklapstoel ergens
als je hem zelf wilt gaan zoeken
en daarna mag je daar gaan zitten
dan hou je de tocht tegen

de laatste persoon die de tocht tegenhield zit overspannen thuis
luilak

De adem van ernst

ikzoeknogaltijdiemand
omuitmetedrinken

  uitmijnzachtetheekan

  hetraam snijdt daguit nacht
 maarnuikop    omkijk
    weetiknietmeer
 ofikverlaat
ofbenverlaten



ikgroeiuithetrood

alsofiemandwachtommeopentesnijden

 erosvandecicadenbegintvanvreugdetevliegen

  strektzich   omdeleegteoptevullen
   zelfsdeergstenachtmerrie

verroest



  indeverteisdemaan negatiefgeworden

  maar


 alles
    kaneenoogzijn    tegenwoordig


    ik
beneenvrucht    iksterf


  ikweetnietmeerwelkekantheuvelopis




 wezijnvergetendekipteslachten

   toenhetnogkon



 weworden

    doorgestreept

Buk

alleen om woorden op te rapen
voor huizen zonder vogelstemmen zonder uitgebrande zolders
(of moet ik liefde zeggen?)
voor het soort eenzaamheid dat zich op laat rollen en
zelfs in dameszakken past
wat je nog van plan bent te laten vallen
angst onzekerheid               en opnieuw eenzaamheid

buk voor wat toch blijft plakken
de zon plakt aan de lucht
de schaduw plakt aan de grond/keien/kinderkopjes
in stilstaan is de wereld plat geworden