Verliefd

Als een olifant verliefd is, doet hij alles om op te vallen. Hij schildert paarse stippen op zijn huid. Hij laat een krul zetten in zijn slurf. Hij leert de chachacha en de kankan. Maar als de gnoe kijkt, dan wordt die kankan een kanniet, valt zijn slurf slap omlaag en begint het zo hard te regenen dat de stippen helemaal uitlopen. Als een olifant verliefd is, dan duikt hij zo snel als hij kan in de struiken, zodat de gnoe hem niet zal zien.

Als de giraffe verliefd is, doet hij alles om op te vallen. Hij verbindt de stippen op zijn huid met houtskool en tekent zo honderd hartjes. Hij maakt een looping in zijn nek. Hij leert op zijn achterpoten lopen. Maar als de leeuw kijkt, dan begint hij te wankelen, raakt zijn nek in de knoop en breken de hartjes. Als een giraffe verliefd is, dan duikt hij zo snel als hij kan in de struiken, zodat de leeuw hem niet kan zien.

‘Hallo, olifant.’
‘Hallo, giraffe.’
‘Wat doe jij in de struiken?’
‘Ik wilde jou net hetzelfde vragen.’
‘Grappig.’
‘Ja.’
‘Je hebt leuke paarse vegen, olifant.’
‘Dank je, jouw zwarte vegen zijn ook best aardig. En wat zit je nek leuk.’
De giraffe bloost. De olifant ook. Als een olifant verliefd is, dan zit hij eigenlijk best wel fijn, daar in het struikgewas. Als een giraffe verliefd is, dan geeft het niet zo van die doornen.