Buk

alleen om woorden op te rapen
voor huizen zonder vogelstemmen zonder uitgebrande zolders
(of moet ik liefde zeggen?)
voor het soort eenzaamheid dat zich op laat rollen en
zelfs in dameszakken past
wat je nog van plan bent te laten vallen
angst onzekerheid               en opnieuw eenzaamheid

buk voor wat toch blijft plakken
de zon plakt aan de lucht
de schaduw plakt aan de grond/keien/kinderkopjes
in stilstaan is de wereld plat geworden

Erfenis

hij liet

een soort kluwen draden

achter

begreep het zo zat het

vroeger in elkaar

 

dat zijn geen spijkers geen naalden geen nietjes

dit begrijp jij niet

dit zijn de

(stoffen) dingen die (dingen vol stof meer stof dan ding

stofdingen) stof zijn

 

maar

 

breng het een winkel

binnen die zich steeds dieper

in de steegjes heeft

teruggetrokken die teruggekropen is

in zijn gevel

die alleen nog maar vraagt om

houtworm die zijn uithangbord heeft

weg geregend het raam

met roet heeft schoongeveegd

 

daar zullen ze

zijn kluwendradennaaldding

zachtjes afblazen

zachtjes repareren

zachtjes gebruiken

Eén/1/I goede zin

ook
          als ik
                    maar
          één/1/I goede zin heb
          spin
          ik
          hem
          uit
          tot
                              een heel gedicht

Een soort kennis / bekend(e)

ik wil het weten van wie er al jaren zit
de tegels moeten voor haar ogen zijn gaan barsten
de witte lijnen verkruimelen
ze ziet de mensen niet

als op een oude foto
wordt alleen het traagste zichtbaar
ooit was er een emmer
nu alleen een emmervormige waas
en de vrouw zelf (in de spiegel)
alleen haar gezicht is leesbaar
tussen golven kleren

wat er te lezen is
staat weer in een ander gedicht

wat ik wilde weten:

stranddagenzomer, een jaartal

de tijd is losgetornd en rafelt in de wind
                                                        op het strand
                                                        in het zand
                                             ruikt nu zout en
                                                             naar rot hout
we eten boterhammen met banaan (en zand)
we vinden een krabbenpoot

mijn moeder doet haar best dit onvergetelijk te maken
maar ik weet nu al
dat iemand er met deze herinnering vandoor zal gaan

Alleen

wil ik dan misschien
wil je dan misschien
met je spiegelbeeld op stap
met mijn spiegelbeeld op stap
kletsen in de tram
en in het aquarium zoek ik de donkerste bakken
in het café een glimmende bar of desnoods de wc
dit is
dit is
gezellig hè?
gezellig hè?

Trein, in gezelschap van een neergelegd boek

Ik weet niet of ik hier eerder ben geweest, maar de regen houdt me binnen zoals. De regen wikkelt een cocon om me heen. (Tenminste, als het lukt de fluitende trein te negeren.) Ik stel me voor dat rupsen boeddhisten worden als ze ingerold zitten, omdat er zoveel tijd is om iets los te laten. Misschien helpt dat later. Fladderen en sterven.

De deur gaat open, maar er komt niemand binnen. Dit is een eindstation. Alleen ik wacht op een vertrek.

Ik lieg. Er komt wel iemand binnen. Hij gaat gelijk weer weg.

Hemel valt

het regent in G-majeur
herinner door de deur een tentflap
het dak het doek
het schelle licht een zaklamp aan een koordje

het animatieteam in poncho verkondigt:
het regent
hou je adem in
hoor een engel vallen