het leven wou toch zo graag
ja zo graag een zin hebben
een zin voor haar alleen
met woorden die helemaal
voor haar van haar
niet zomaar maar
zowaar volstrekt uniek en raar
zouden zijn zoals
kornepan en drieven
en gleven en boreven
en fnuiven en mieven
zulke woorden
zo’n zin
en dan zouden de mensen horen
van de zin van het leven
en dan zouden ze zeggen
ja dan zouden ze zeggen
(dat wist het leven heel zeker)
die zin van het leven
met haar drieven en mieven
haar fnuiven en boleven
daar snap ik helemaal niets van